Mute/unmute

Nu de filosoof en profeten vertrokken zijn, val ik maar direct met de deur in huis: ik voel me geen vis in het quarantaine-water, al schijn ik ineens vitaal. Met gepaste afstand mis ik de genoegens uit mijn zogenaamd vorig leven, mijn vrienden en collega's. Zij en ik - helaas slechts figuurlijk zij aan zij - die ontroerd zijn wanneer studenten ons een hart onder de riem steken en wij hen. Die ontroerd zijn wanneer kinderen ineens gesprekspartners in een online-meeting zijn. Je mag me trouwens op mute zetten, als je me te luidruchtig vindt. Ik ga namelijk nog meer onthullen: ik word opeens ronduit gewaardeerd, nu ik zo goed en kwaad als het kan van huis uit les probeer te geven.

Sinds kort is het bon ton om mijn werk en andere publieke roepingen openlijk te waarderen en winstbejag te betwisten. Het doet me goed. Waardering is fijn, dat behoeft nauwelijks twijfel. Zij en ik leren onze studenten, die leerkracht aan het worden zijn, niet voor niets dat gewaardeerd en gezien worden essentiële behoeften zijn. Het behoeft ook amper twijfel dat waardering vele vormen kent, zoals een compliment, applaus, voldoening en een plek op de vitale-beroepen-lijst.

Wat meer twijfel verdient, is de botte relatie tussen waardering en geld én tussen arm en rijk. Alsof hoofdzakelijk geld kan uitdrukken wat waardevol en onmisbaar is. Verdiensten en waardering zijn haast vanzelfsprekende synoniemen geworden. Een hoog inkomen, verdient lof. Een laag of geen inkomen, behoeft blaam. Hoog- en laagopgeleid idem dito. Je hebt geen quarantaine nodig om te begrijpen dat een vuilnisman/vrouw waardering verdient. Je hebt geen links of rechts nodig om te zien dat de samenleving niet zonder bepaalde beroepen kan.

Als het applaus verstomd is en de roep om waardering sleets, is het tijd om ieder kind op unmute te zetten. Niet enkel de mijne of die van hoog inkomen/hoog opgeleid. Wezenlijke waardering voor het onderwijs is bereikt zodra leerkrachten en leerlingen niet langer vechten tegen een ongelijke strijd, die van kansenongelijkheid. Zodra niet langer de afkomst en het fortuin van je ouders bepalen of je echt gezien en gewaardeerd wordt. Die wezenlijke waardering zal de toekomst goed doen.