Vorige week was ik in Arnhem om het Nederlands vrouwenvoetbalelftal toe te juichen. Ze speelden tegen de Sloveense vrouwen en wonnen met 4-1. Mijn twaalfjarige dochter was er ook bij. Ze is groot fan van de oranje leeuwinnen. Van de mannelijke varianten moet ze weinig hebben. Op mijn twaalfde was vrouwenvoetbal haast ondenkbaar. Voetbal was een typisch mannending. De mannen domineerden. En niet alleen op het voetbalveld. Ook op televisie, op de werkvloer, in de publieke opinie.

Wat dat betreft is er, in die pakweg veertig jaar, niet zoveel veranderd. Vrouwen staan met 4-1 achter. Het loon van mannen ligt nog altijd hoger. In televisieprogramma's zijn er vaker mannen dan vrouwen te zien en te horen. Een gesprek tussen mannen heet interessant of kroegpraat. Tussen vrouwen een kippenhok. Wie echter ooit wel eens Voetbal Inside gekeken heeft, weet dat het kakelgehalte daar enorm is. Toch wonderlijk dat er genderneutrale toiletten bestaan en dat de NS reizigers genderneutraal aanspreekt, maar dat er nog bar weinig genderneutrale lonen en opinies bestaan.

Het voelde goed om het Nederlands vrouwenvoetbalelftal toe te juichen. Het leek wel een politieke daad. Alsof ik samen met die uitzinnige menigte niet alleen de vrouwen op het veld, maar alle vrouwen toejuichten en aanmoedigden. En dan vooral vrouwen in de dop. Zodat er over pakweg veertig jaar en liefst veel eerder alleen nog maar genderneutrale lonen en opinies bestaan. Kom op, dat moet toch lukken!