Een nieuw decor

Het is een rare tijd en een interessante, mijn gedachten draaien overuren. Wat zeggen al die verschillende reacties van mensen ten tijde van deze zogenoemde en geroemde crisis? Wat zeggen die reacties over het denken van de mens, over het gezond verstand? Gezond verstand als in ratio én emotie. Wat wijsheid is, is ineens urgent en actueel. Het zijn zware tijden voor de betweters en de onzekere, wie kan nu nog zekerheid claimen als hoesten in het openbaar niet meer is wat het was.

Ook de ijdele mens moet slikken. Mijn nieuwste kleding hing al klaar om gezien te worden. Er schijnen namelijk lentedagen aan te komen. Voorlopig zit ik vooral thuis, niemand die het ziet. Thank God, there's insta. Maar wacht, echt zware tijden zijn het natuurlijk voor de ziekenhuizen en de vakkenvullers. Misschien kan ik ook maar beter niet schrijven, er buitelen al zoveel meningen over elkaar heen. Misschien zou ik beter echt iets doen, al weet ik niet precies wat. Onze oudere buren zijn er niet. Dan maar meehelpen in de zorg of helpen kinderen op te vangen of toch beter vakkenvullen in plaats van legen?

Helpen schijn je trouwens vooral uit eigenbelang te doen, althans dat is iemands mening, niks doen trouwens ook. Er liggen nogal wat verwijten op de loer, dus heb ik maar wat extra boeken ingeslagen, zoals een essay over het absurde van Albert Camus. Dat was ik sowieso van plan om te gaan lezen. Camus schrijft over decors die soms wegvallen. Met decors bedoelt hij gewoonten oftewel de keten van dagelijkse handelingen. Het gebeurt soms, zegt Camus, dat de decors ineenstorten en dan kan de leegte spreken.

En die leegte kan oorverdovend zijn. Vragen als hoe dan, hoeveel, hoe lang, hoezo, waarom en waarom niet vullen de leegte. Niet de vakken in de buurtsuper. Het is een nieuw decor én zou Nietzsche kunnen zeggen: het is menselijk, al te menselijk.