C'est la vie, zei ik. Er werd gelachen. Niet door iedereen. Het overleg was afgelopen, zoveel was duidelijk. Het is een van mijn favoriete uitspraken, ooit gehoord van een vriendin die iets met een Franssprekende jongen had. Soms is het mijn stokpaardje, vrees ik. Het Frans daarentegen gebruik ik onbevreesd, het Nederlands equivalent dat het leven zo is, lijkt me te dramatisch. De Franse slag houdt 'm luchtig. En dat is ook wat de opmerking beoogt; luchtig zijn, relativeren en bagatelliseren misschien.

Niet iedereen lachte, geeft niet, daar gaat het niet om. Of misschien toch wel, want reacties -al dan niet expliciet- geven te denken. Zonder het corona- of n- word hier in de mond te willen nemen, doen reacties er wel degelijk toe. Te pas en te onpas, ieder heeft immers recht op zijn of haar eigen reactie. Dat de een die overdreven vindt of cynisch, is een kwestie van smaak én mores. Zo ook 'mijn' c'est la vie. Iemand maakte zich druk en ik reageerde met een stokpaardje. Getuigt mijn reactie van hoogmoed of morele superioriteit? Ik vrees van wel. Alsof ik moet/mag bepalen waar iemand zich druk om moet/mag maken.

Je ergens druk om maken -ik doe het zelf met enige regelmaat- kan zinvol zijn en zelfs zingevend. Ergens iets van vinden, is zonder al te veel dramatique, haast een bestaansrecht. Ergens kritiek op hebben, komt vaak intelligenter over dan geen kritiek en het zorgt voor verbetering en vernieuwing. De ogen van een ander voorkomen blinde vlekken. Door je ergens druk om te maken, kun je laten zien dat je om anderen geeft. Dat iets ertoe doet. Dat je je verantwoordelijkheid neemt. Wie wil er nou doelbewust corona viral laten gaan? Ergens iets van vinden levert ook nog eens veel gespreksstof op óf opvulling bij sociaal ongemakkelijke stiltes.

Zie daar: c'est la vie! Of er wordt gelachen, weet ik niet.